Omstreeks 1890 werd de aandacht gericht op gesteenten uit het Krijt. Cope was hiermee in 1876 begonnen, maar was ermee gestopt toen de grote dinosauriėrrush op Colorado en Wyoming begon. Met hulp van John Bell Hatcher werden er in het gebied rond de rivier de Judith verscheidene dinosauriėrs gevonden, waaronder ook de gepantserde dinosauriėr Nodosaurus. Nodosaurus had van de nek tot aan de punt van de staart een romppantser dat bestond uit overdwarse banden van afwisselend kleine (die de ribben bedekten) en grote platen. De grote platen waren bezet met honderden beenknobbels, waaraan het dier zijn naam ‘knobbelhagedis’ ontleent. De schedel en van Nodosaurus was klein en smal. Op de kaken stonden zwakken tanden. De schouder- en heupgordel waren krachtig ontwikkeld evenals de krachtige poten met brede, gehoefde voeten. De heupbeenderen waren zo goed aangepast aan het torsen van het gewicht van het zware pantser dat ze nauwelijks nog te herkennen zijn als behorende aan een ornithischiėr. In Kansas werd een groep skeletten van nodosauriėrs gevonden die allemaal op hun rug lagen. De skeletten lagen in mariene afzettingen uit het Laat-Krijt. Mogelijk betrof het hier een kleine kudde die in z’n geheel was overmand en in zee gespoeld. Anderzijds kunnen de dieren ook na de dood door toeval bijeen gespoeld zijn. In beide gevallen zullen zich in de dode lichamen door verrotting van de organen gassen hebben gevormd. Mede door het zware pantser werden de lijken topzwaar, rolden om en kwamen op hun rug te liggen. In die positie zullen zij naar de bodem van de zee zijn gezonken en gefossiliseerd zijn.

3Gardiner; pag. 92, 160
6Norman; pag. 60
 
Tijd:
Laat-Krijt

Plaats:
Noord-Amerika (Kansas en Wyoming)

Grootte:
5,5 m

Classificatie:
Eukaryota
Animalia
Vertebrata
Tetrapoda
Amniotomorpha
Reptilia
Diapsida
Archosauro- morpha
Archosauria
Dinosauria
Ornithischia
Ankylosauria
Nodosauridae
Nodosaurus